Atoomtests en een zeezender: De Spindle Eye

Een drijvende media- en communicatiecentrale gedurende het atoomtijdperk

English version  –  Deutschsprachige Version

Able Day (Test Able) was de eerste van twee kernwapentests in het kader van Operation Crossroads, die op 1 juli 1946 (lokale tijd) door de Verenigde Staten werden uitgevoerd op het afgelegen Bikini-atol. Een door een B-29 afgeworpen bom (“Gilda”) ontplofte op een hoogte van circa 158 meter met een explosieve kracht van 23 kiloton boven een vloot van 73 doelschepen. Het primaire doel was het onderzoeken van de effecten van geworpen kernwapens op oorlogsschepen. De bom miste haar doel (de USS Nevada) met ongeveer 650 meter. Ondanks deze afwijking werden vijf schepen tot zinken gebracht. De radioactieve besmetting was van korte duur, maar de gevolgen voor de testdieren die zich aan boord van de schepen bevonden, waren ernstig. Het betrof de eerste kernproef die plaatsvond in het bijzijn van de wereldpers en internationale waarnemers.

De atoombom had een einde gemaakt aan de Tweede Wereldoorlog, maar haar strategische, politieke en mediabetekenis was grotendeels nog net ontgonnen. De wereld bevond zich destijds op de drempel van een nieuw tijdperk.

Voor het eerst diende een militair-wetenschappelijk grootschalig experiment van deze omvang niet alleen te worden uitgevoerd, maar ook vrijwel in realtime te worden gedocumenteerd, gecommuniceerd en publiekelijk te worden toegelicht. In dit spanningsveld tussen militaire geheimhouding, politieke signaalwerking en publieke informatie opereerde één schip dat in de publieke perceptie nauwelijks aandacht kreeg, maar voor het verloop van de operatie van centrale betekenis was: het Army Communications Ship USAT Spindle Eye.

Lt. Col. M. J. Luichinger

Luitenant-kolonel M. J. Luichinger, verantwoordelijk officier en tegelijkertijd chroniqueur van het project, leverde met zijn artikel in het Amerikaanse tijdschrift Radio News van december 1946 een van de weinige eigentijdse inkijkjes in deze drijvende nieuws- en omroepcentrale.

Volgens zijn beschrijving was het schip veel meer dan een technisch hulpmiddel. Het was een knooppunt waar de militaire leiding, het wetenschappelijk experiment, de wereldwijde public relaties en geavanceerde communicatietechniek samenkwamen.

Communicatie als onzichtbare ruggengraat van Operation Crossroads

Luichinger benadrukte herhaaldelijk dat betrouwbare communicatie het centrale element van de gehele operatie vormde. “Each unit with its own individual function … would have been worthless to the overall objective without reliable communications,” schreef hij. Terwijl veel voor die tijd moderne verslaggeving zich concentreerde op de explosie zelf, de vliegtuigen, de meetinstrumenten en of de scheepsvloot, bleven de complexe communicatienetwerken doorgaans op de achtergrond—een omstandigheid die Luichinger expliciet bekritiseerde.

De operatie omvatte circa 42.000 betrokkenen, verspreid over eilanden, schepen, vliegtuigen en commandoposten aan beide zijden van de Stille Oceaan. Dienovereenkomstig veelzijdig waren de vormen van communicatie: strategische commandolijnen tussen Bikini, Kwajalein en Washington, tactische radionetwerken tussen vlaggenschip en eenheden, afstandsbesturing van onbemande vliegtuigen, overdracht van meteorologische gegevens, bediening op afstand van camera’s en meetapparatuur en—niet in de laatste plaats—de media aandacht van het gebeuren aan het Amerikaanse publiek.

Juist dit laatste aspect verleende de Spindle Eye haar bijzondere betekenis. Luichinger formuleerde het kernachtig: de taak van het schip bestond erin “to keep the American public informed on what was going on 10,000 miles away from home”.

Excurs: Achtergrondgeschiedenis van het radioschip

Kapitein Burke plaatst een foto in een Acme-zend-/ontvangapparaat in de radiofotokamer. Het beeld werd vervolgens naar San Francisco verzonden.

De plannen voor het radioschip Spindle Eye werden in de loop van 1944 ontwikkeld. Het schip was bestemd voor inzet tijdens de geplande invasie van Japan.

Dit nieuwe radioschip werd op de Kaiser-werven in Richmond, nabij San Francisco in de Amerikaanse staat Californië, op stapel gezet en op 25 mei 1945 onder de weinig opvallende naam Spindle Eye te water gelaten. Het schip was bijna 340 voet lang en 50 voet breed en had een totaal leeggewicht van 4.000 ton.

Oorspronkelijk werd de Spindle Eye gebouwd als leger-vrachtschip, maar het werd overgenomen en in korte tijd op de Todd-werven in Seattle (Washington) uitgerust met een grote hoeveelheid elektronische apparatuur. Aan boord bevonden zich twee radiostudio’s, zes kortegolfzenders, acht antennes en 112 typemachines. Vier van de kortegolfzenders waren 3-kW-apparaten van de firma Wilcox; de hoogwaardige 7,5-kW-omroepzender werd vervaardigd door RCA in hun fabriek in Camden, New Jersey.

De eerste reeks testuitzendingen van de Spindle Eye vond plaats in de eerste helft van september 1945 aan de werfkades in Seattle, via de 7,5-kW-RCA-zender. Op 19 september, na slechts 64 dagen van uitrusting en ombouw, vertrok het schip de Stille Oceaan op, met koers naar Japan.

De Spindle Eye arriveerde op 15 oktober in de haven van Tokio en nam daar de radiodiensten over die eerder door de Apache onder de roepnaam WVLC werden verzorgd; dat schip bevond zich op dat moment nog in de Filipijnen. De Spindle Eye werd geïnspecteerd door generaal MacArthur en ondernam vervolgens een proefvaart in de wateren bij China en Korea. Er werd gemeld dat de elektronische uitrusting aan boord van de Spindle Eye uitstekend functioneerde.

Na terugkeer in Japan, kort voor Kerstmis, begon de Spindle Eye onder de overgenomen roepnaam WVLC met een reeks uitzendingen namens de Voice of America en de American Armed Forces Radio Service. Daarnaast werden berichten over de juridische processen in Tokio in 1946 vanaf de Spindle Eye naar de Verenigde Staten doorgeseind, waar zij landelijk opnieuw werden uitgezonden.

Een drijvende high-performance studio

Volledig uitgeruste donkere kamer in het fotolaboratorium van de Spindle Eye. Kolonel Luichinger (links) toont uitgever O. Read van Radio News een afdruk.

Vanuit technisch oogpunt was de Spindle Eye een meesterwerk van naoorlogse techniek. Op het moment van Operatie Crossroads bevonden zich aan boord onder meer een 7,5-kW-RCA-kortegolfzender, een Hallicrafters BC-610, een Wilcox-96C-vierkanaalzender, hogesnelheids-telexapparatuur met een capaciteit tot 500 woorden per minuut, radiofoto-transmissiesystemen van Acme, evenals uitgebreide studio-, opname- en mengfaciliteiten. De roepnaam WVLC van de Spindle Eye werd vanaf dat moment  vervangen door de marine-roepnaam NIGF. De uitzendingen van NIGF werden gericht op RCA Bolinas en Press Wireless Los Angeles en van daaruit verder verspreid.

Op het moment van Operatie Crossroads beschikte het schip over meerdere omroepstudio’s, een centrale regie met een uitgebreide patch-infrastructuur, compressieversterkers van Western Electric, talrijke ontvangers (onder meer Hammarlund Super-Pro en RCA AR-88), een volledig uitgeruste donkere kamer en een geklimatiseerde persconferentieruimte met 120 schrijfmachineplaatsen. Luichinger wees met zichtbaar trots erop dat alle studio’s en technische ruimten volledig waren geconditioneerd—een niet te onderschatten factor in het tropische klimaat van de Marshalleilanden.

Bijzonder opmerkelijk was de flexibiliteit van de signaalroutes. Via het centrale patchveld konden spraak-, telex- en beeldtransmissies naar believen worden gecombineerd. Zenders die nominaal voor omroepdoeleinden waren bedoeld, konden even goed worden ingezet voor telex of radiofoto—een concept dat zijn tijd ver vooruit was.

Antennes, ankers en improvisatiekunst

Volledig uitgeruste donkere kamer in het fotolaboratorium van de Spindle Eye. Kolonel Luichinger (links) toont uitgever O. Read van Radio News een afdruk.

Een van de grootste technische uitdagingen vloeide voort uit de geografische ligging van Kwajalein en de daar heersende winden. De klassieke delta-gevoede dubbelantennes straalden hun maximale vermogen haaks op de scheepsas uit—ongunstig voor de gewenste verbinding met de westkust van de Verenigde Staten. Luichinger beschreef gedetailleerd hoe het schip door middel van een vierpuntsverankering permanent op een koers van 143 graden werd gefixeerd om het hoofduitstralingsmaximum exakt op de grootcirkelroute naar San Francisco te richten.

Wilcox-vierkanaalzender met een vermogen van 2,5 kW, die tijdens Operation Crossroads werd ingezet voor de overdracht van radiofoto’s.

Maar zelfs dat bleek onvoldoende. In een opmerkelijke daad van technische improvisatie werd een geïnverteerde, niet-afgesloten V-antenne opgericht, waarvan de benen naar boeien in de lagune liepen. “We admitted at the time that the idea sounded rather wild,” schreef Luichinger, maar het resultaat was overtuigend: een verbetering van de signaalsterkte met circa 30 procent.

Even innovatief was de inrichting van een afgelegen ontvangstation aan de noordpunt van het eiland Kwajalein, verbonden met het schip via zogenoemde spiral-four-kabels die eenvoudig op de bodem van de lagune werden gelegd. Deze maatregel reduceerde storingen drastisch en maakte betrouwbare cue-signalen uit de Verenigde Staten überhaupt mogelijk.

A-Day: media-evenement en hoogbelast bedrijf

Operation Crossroads, Able Test, July 1, 1946 [National Museum of the U.S. Navy, Public domain, via Wikimedia Commons; https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/3/35/Operation_Crossroads%2C_Able_Test%2C_July_1%2C_1946_%2821383382456%29.jpg]

Op Able Day, de dag van de eerste atoomproef, toonde de Spindle Eye haar volledige operationele capaciteit. Al om 03:30 uur begonnen live-reportages over evacuatiemaatregelen. Vervolgens waren er buitenuitzendingen van het opstijgen van een B-29, pool-uitzendingen na het signaal “Bombs Away”, parallelle spraak- en beeldtransmissies en de doorgifte van de eerste explosiefoto’s via Hawaï naar San Francisco.

Luichinger beschreef deze dag als een vrijwel ononderbroken uitzonderingssituatie. De zenders draaiden in dubbelbedrijf, alle spraakuitzendingen werden uit voorzorg opgenomen en tussen de programmasegmenten schakelde de techniek voortdurend tussen omroep- en beeldtransmissie. Dat er tijdens de gehele operatie slechts twee korte onderbrekingen optraden, beschouwde hij als bewijs van de kwaliteit van onderhoud, planning en personeel.

Mensen achter de techniek

Ondanks alle techniek benadrukte Luichinger steeds weer de menselijke factor. Hij prees zijn team—van wie velen civiele omroepervaring hadden—uitdrukkelijk om hun vakkennis, improvisatievermogen en inzet. “Our success … was possible only because of the high caliber of boys I had with me,” schreef hij, en maakte duidelijk dat zelfs de meest geavanceerde techniek zonder gekwalificeerd personeel waardeloos is.

Wat daarna gebeurde

De Baker-test was een onderwaterkernproef die op 25 juli 1946 door de Verenigde Staten werd uitgevoerd op het Bikini-atol in het kader van Operation Crossroads. Een bom met een kracht van 23 kiloton werd tot ontploffing gebracht op een diepte van 27 meter en veroorzaakte een enorme radioactieve waterkolom van water en puin, waarbij meerdere schepen — waaronder de USS Saratoga — tot zinken werden gebracht en de vloot werd blootgesteld aan een extreme, onverwachte besmetting.

Het radioschip Spindle Eye bevond zich op dat moment in Honolulu en fungeerde als relaisstation tussen de nucleaire testlocaties op de Marshalleilanden en het Amerikaanse vasteland. Tijdens de onderwaterexplosie ontving de Spindle Eye, onder de roepnaam NIGF, de kortegolfrapporten uit Bikini en gaf dit programma door aan RCA Bolinas en Press Wireless Los Angeles voor verdere verspreiding.

Detailopname van het centrale patchpaneel en de compressieversterker. Kapitein Panoff is bezig een radioverbinding tot stand te brengen.

Na de twee atoombomtests keerde de Spindle Eye terug naar de Pacific kust van de Verenigde Staten, en het gebruik van de zender onder de roepnamen WVLC-NIGF eindigde aan het einde van 1946. Het radioschip was oorspronkelijk bedoeld voor inzet bij de geplande invasie van Japan, maar de oorlog eindigde voordat het schip daar daadwerkelijk werd ingezet.

De Spindle Eye werd af en toe onder de roepnaam WVLC nog gebruikt voor de uitzending van programma’s van de Voice of America en voor het doorgeven van nieuwsberichten.

Een jaar later werd de Spindle Eye hernoemd tot Sgt. Curtis F. Shoup en in de Stille Oceaan ingezet als helikoptertransportschip. Na afloop van deze dienstperiode werd het schip vervolgens overgebracht naar de Middellandse Zee, waar het werd gebruikt voor oceanografisch onderzoek. Het schip, bekend onder de namen Spindle Eye en Sgt. Curtis F. Shoup, werd uiteindelijk op 9 mei 1973 verkocht voor de sloop.

Kritische beschouwing van de Spindle Eye in de context van Operation Crossroads

Vanuit hedendaags perspectief verschijnt de Spindle Eye als een technisch indrukwekkend, maar tegelijk ambivalent symbool van het vroege atoomtijdperk. Als drijvend omroep- en communicatieknooppunt maakte zij een tot dan toe ongekende mediatisering van militaire macht mogelijk. Juist daarin ligt haar problematische dimensie.

De door luitenant-kolonel Luichinger beschreven technische perfectie en bedrijfszekerheid stonden ten dienste van een operatie waarvan de gezondheidskundige, ecologische en politieke risico’s in 1946 slechts ontoereikend werden begrepen of bewust werden aanvaard. De radio-uitzendingen en persberichten die via de Spindle Eye werden verspreid, droegen in belangrijke mate bij aan het presenteren van de kernproeven als beheersbare, technisch controleerbare gebeurtenissen. De werkelijke gevaren van ioniserende straling, de langdurige besmetting van zee, eilanden en schepen, en de gevolgen voor betrokken personeel en de lokale bevolking van de Marshalleilanden bleven daarbij grotendeels buiten beeld.

USNS Sgt. Curtis F. Shoup (T-AG-175) [US Navy, Public domain, via Wikimedia Commons; https://commons.wikimedia.org/wiki/File:USNS_Sgt._Curtis_F._Shoup_(T-AG-175)_underway.jpg]

De Spindle Eye was daarmee niet louter een neutraal communicatiemiddel, maar een instrument van strategische publieke voorlichting. Zij suggereerde nabijheid, transparantie en technische soevereiniteit, terwijl onzekerheden, mislukkingen en latere gezondheidseffecten nauwelijks werden belicht. In die zin droeg zij bij aan de normalisering van nucleair geweld door de atoomproef te vertalen naar een media-evenement met vertrouwde vormen—live-commentaar, ooggetuigenverslagen en beelden.

Tegelijkertijd wordt hier een vroege verstrengeling zichtbaar van leger, wetenschap en media, waarvan de gevolgen tot in het heden doorwerken. De Spindle Eye staat exemplarisch voor het begin van een tijdperk waarin militaire grootschalige experimenten niet alleen werden uitgevoerd, maar ook communicatief werden georkestreerd—met blijvende effecten op publieke perceptie, politieke besluitvorming en het begrip van technologische risico’s.

In de historische beoordeling blijft de Spindle Eye aldus een dubbel erfgoed: een mijlpaal in communicatietechniek en mediaorganisatie, maar tevens een waarschuwend monument voor de ethische blinde vlekken van een tijdperk dat technische haalbaarheid boven langdurige menselijke en ecologische gevolgen stelde.

Martin van der Ven, januari 2026

Met dank aan Hans Knot voor zijn hulp bij het redigeren en vertalen van de tekst naar de Nederlandse versie.

Bronnen:

Wavescan N140 – Oct. 30, 2011

Radio News 12-1946

Broadcasting December 24, 1945

© Foto’s: Oliver Read (Radio News)

Vanwege de heersende winden in de lagune van Kwajalein lag de Spindle Eye bij normale boegverankering op een koers van circa 70 graden, waardoor het maximum van de uitstraling bij 340 graden lag—dus vrijwel haaks op de gewenste grootcirkelroute naar San Francisco. Ter oplossing werd het schip op een koers van 143 graden uitgericht, waardoor het hoofduitstralingsmaximum bij 53 graden direct op San Francisco was gericht. Dit werd bereikt door een vierpuntsverankering met boeg- en hekankers. Naast de delta-gevoede dubbelstralers werd—zoals hierboven weergegeven—een geïnverteerde, niet-afgesloten V-antenne opgericht tussen de hoofdmast van het schip en speciaal verankerde boeien in de lagune.lagune.
Deze configuratie verbeterde de signaalsterkte met 30 procent.
Draaggolfeindapparatuur aan boord van de Spindle Eye voor gelijktijdige overdracht van spraak en radio-telex.
Studio B en opnamestudio. Kapitein Diehl regelt de versterking, terwijl kolonel Luichinger het bandopnameapparaat instelt.
RCA-omroepzender met een vermogen van 7,5 kW, geïnstalleerd in de hoofdzendruimte van de Spindle Eye. De Hallicrafters-BC-610-zender met 500 watt werd tussen Kwajalein en Bikini gebruikt als lokaal bevels- en coördinatiekanaal voor het netwerk van admiraal Blandy.
Kolonel Luichinger licht uitgever O. Read de belangrijkste kenmerken van de 7,5-kW-omroepzender toe. Het in augustus 1946 verschenen Radio News-artikel werd via deze zender van de Spindle Eye naar de Verenigde Staten uitgezonden.
Broadcasting 1945-12-24 p.68