Mislukte radioprojecten

Bij elkaar telt de geschiedenis van de zeezenders ruim honderd mislukte projecten. Ik wil er dit keer een paar noemen waarover werd geschreven in de jaren zestig van de vorige eeuw. Bij een van deze projecten zou het gaan om ‘Leeds University’, hoewel ook de naam ‘Radio Rag’ werd genoemd. De initiatiefnemers zouden, vanaf het jacht Carmen, een aantal dagen lang — tussen 21 en 24 juni 1964 — programma’s gaan uitzenden in internationale wateren bij Harwich.

Een lokale krant meldde verder dat drie van de bemanningsleden vanwege zeeziekte weer aan land waren gegaan en dat er door niemand iets aan land werd ontvangen. Pas in 1988 vond ik zelf een aantal berichten terug omtrent dit project in een krantenarchief in Engeland. Daaruit bleek dat het ging om een project dat alle trekken had van de jaren zestig en de beweging van kritische studenten.

Zo wist een van de kranten te melden dat het ging om studenten die naast muziek ook anti-apartheid programma’s zouden verzorgen. Hun schip was een 26 feet lange sloep die buiten Harwich zou worden gesleept. Drie mannen gingen met een kleine zender aan boord de zee op maar moesten zich na een aanval van zeeziekte weer terugtrekken in de haven. Men wilde de 197 meter in de middengolf gaan gebruiken voor de programma’s. De volgende dag besloten de drie, allen 19 jaar oud, andermaal buitengaats te gaan. Het gevonden bericht meldde tevens dat de studenten van de universiteit van Leeds niet in staat waren geweest de uitgezonden programma’s te ontvangen, hoewel een zendamateur wel iets had gehoord.

Men had het plan de sloep in de omgeving van de schepen van Radio Atlanta en Radio Caroline te verankeren. Diezelfde dag, een zaterdagmiddag, keerde men terug naar Harwich gezien het niet langer was uit te houden op hun rode ‘jacht’. Een andere krant meldde dat op de zondag er een vervangende bemanning was aangemonsterd waardoor het mogelijk was geworden alsnog de programma’s uit te zenden. Ook zij kwamen in de problemen gezien men het anker verloor. Door het schip, de Carmen, aan een boei vast te maken, stelde men de programma’s gedurende vijf uren via de 197 meter uit te hebben gezonden. Indien men echt heeft uitgezonden moet het slechts op een zeer laag vermogen zijn geweest gezien niemand, behalve de eerder genoemde zendamateur, de programma’s heeft gehoord.

Een heel andere vorm van protest, ook uit 1964, kwam van ‘Radio Free Yorkshire’. Slechts enkele mensen hebben het signaal van dit station gehoord en het is niet duidelijk of er inderdaad sprake was van een schip dan wel dat er gebruik werd gemaakt van een zender die opgesteld stond aan land. Op 5 juli 1964 was dit station in de ether, zoals men zelf stelde vanaf een boot, verankerd voor de kust van Bridlington. Gedurende een paar uur, op deze zaterdagavond, werd het idee van John McCallum gerealiseerd. Als kandidaat voor de lokale verkiezingen in Howden, voor de ‘Liberal Party’ had hij tezamen met John Crawford het plan gemaakt om het station in de ether te brengen om daarmee aan te tonen hoe gevaarlijk piraterij vanaf zee kon zijn en om te protesteren tegen de condities die deze vorm van radio mogelijk maakten. Als antenne gebruikte men, aldus een van de luisteraars, een ballon die gevuld was met helium.

Op 19 april 1966 vielen de eerste berichten te lezen omtrent een plan van de Britse regering waarin men overwoog een groot propaganda-offensief te beginnen tegen de toenmalige Rhodesische regering van Ian Smith, aangezien diplomatieke maatregelen tegen het apartheidsbeleid van Smith geen effect hadden gehad. Men dacht hierbij aan het inschakelen van radioschepen omdat het Britse radiostation in Beetsjoeanaland niet naar tevredenheid werkte. Premier Wilson zou tot deze plannen zijn gekomen na een vergadering met zijn voltallige kabinet, versterkt met de Britse ambassadeur in Zuid Afrika, Sir Hugh Stephenson, en Wilson’s speciale adviseur voor Afrikaanse aangelegenheden, Malcolm MacDonald.

Op de vergadering werd besloten nogmaals een beroep te doen op de toenmalige Zuid-Afrikaanse premier Verwoerd om niet langer zijn steun te verlenen aan oliezendingen uit Zuid-Afrika aan Rhodesië. Het radiostation in Beetsjoeanaland werd enkele maanden daarvoor opgericht om de uitzendingen van de BBC World Service te relayeren. Acties van Rhodesische stoorzenders hadden de effectiviteit echter sterk verminderd. Enkele maanden eerder had Wilson al verklaard te denken aan een zeezender voor de kust van Mozambique, gelijk aan de opzet van Radio Caroline.

Aangenomen moet worden dat de plannen niet al te serieus waren. De regering Ian Smith reageerde echter wel serieus en stelde dat wanneer er een zeezender zou komen hij zelf een schip in de Indische Oceaan zou leggen om als stoorzender te dienen. Tevens ging hij nog een stapje verder door Ronan O’Rahilly, de directeur van de Caroline-organisatie, te benaderen hem te adviseren een zendschip in te richten waarvoor Caroline in ruil grote reclame-opdrachten zou krijgen uit Rhodesië. Ronan weigerde op de voorstellen in te gaan. Daarna werd een gelijksoortig verzoek aan de organisatie van Radio London gedaan waarop niet eens door directeur Birch en de zijnen werd gereageerd. Ook de ZAPU, de Rhodesische Afrikaanse Nationalistische Partij, verklaarde een zendschip te willen neerleggen in de Indische Oceaan om anti regeringsprogramma’s te gaan uitzenden.

Het idee van Smith bestond uit een station dat beatmuziek zou dienen te gaan uitzenden, afgewisseld met nieuwsbulletins en propaganda-uitzendingen. Hij verklaarde dat een ambtenaar naar Europa was gestuurd voor onderhandelingen voor de aankoop van een schip en dat de zender zo krachtig zou worden dat geheel Engeland kon worden bereikt. Het schip zou onder een vlag van een Rhodesië bevriende natie komen te varen, gezien de Britse marine een Rhodesisch vaartuig zonder meer direct zou betreden en in beslag zou nemen.

De Britse regering stelde destijds erg ongerust te zijn omtrent de plannen van Smith en een woordvoerder verklaarde niet te weten hoe men uitzendingen van een dergelijk station zou moeten voorkomen. Van geen van de genoemde projecten is overigens ooit iets terecht gekomen.
In deze aflevering van de wekelijkse column over historische radio neem ik je mee naar het vervolg van het verhaal van vorige week over mislukte radioprojecten: Met de Voice of Peoples Liberation Army. komen we langzaamaan in de jaren zeventig terecht. In 1970 werden de eerder omschreven projecten van de VOA waarbij vooral propaganda via zendschepen werd verzorgd, overgenomen door de Sovjet Unie in haar strijd tegen de Chinese regering. In dat jaar werd er in diverse kranten melding gemaakt van de uitrusting van liefst vier schepen voor dit doel dat zou geschieden in de haven van het Poolse Gdansk.

In die tijd was de haven van Gdansk voor westerse journalisten verboden gebied en kon op geen enkele wijze de waarheid worden achterhaald. Wel werd er in de berichtgeving gesteld dat de uitrusting zou geschieden met zeer krachtige kortegolfzenders. In 1971 werd er in diverse DX-programma’s en in DX-magazines andermaal melding gemaakt van de zendschepen, die als basis zouden dienen van propagandazenders die actief waren onder de naam ‘The Voice of the Peoples Liberation Army’. Ontvangstberichten werden er gemeld via de 15.050 kHz, waarbij in de Engelse taal de Chinezen werden ‘onderwezen’ door de Sovjet-autoriteiten. 

Veel later, in 1979 en 1980, zou een ander anti-Chinees station, ‘De Oktober Storm’ hebben uitgezonden vanuit de Chinese Zee.

Radio Flash, genoemd naar een Chinese krant voor intellectuelen, was het station van de Radiodiffussion Central and Popular of Peking. Dit station is gedurende 1983 een aantal maanden dagelijks op verschillende tijdstippen actief geweest via de 7.225 kHz Het vermoeden bestaat dat men, vanaf hetzelfde schip, ook onder andere namen en via andere frequenties met anti-Chinese propaganda-uitzendingen actief is geweest om op die manier te laten doorschemeren dat het andermaal om een nieuw station zou gaan.

Radio Free Greece is het volgende station dat genoemd mag worden. Op 23 maart 1970 maakte de organisatie van ‘Canadezen voor een Vrij Griekenland’ bekend dat een radiostation vanaf een jacht was begonnen met driedaagse proefuitzendingen. De leidster van de groep, Janet Rosenstock, zei dat het doel was: “De Grieken te tonen dat er steun voor hen is buiten Griekenland en tevens onbevooroordeelde, ongecensureerde nieuwsberichten te geven.” Volgens Janet werd er elke avond een speciale boodschap uitgezonden van de afgezette leider Andreas Papandreoe, die enkele jaren eerder door Paul Wilking (Pistolen Paul) uit Griekenland was gesmokkeld en in Amsterdam verbleef. De voormalige premier was op dat moment leider van de zogeheten ‘Pan-Hellenistische Vrijheidsbeweging’.

Paul Wilking en twee bodyguards (foto Hans Knot)
Paul Wilking en twee bodyguards (foto Hans Knot)

Papandreoe riep in de toespraken op tot lijdelijk verzet tegen het kolonelsbewind. Slechts drie dagen duurden de programma’s, daar er te weinig geld voorhanden was. Radio Free Greece begon haar uitzendingen vanaf de MV Hebe, die in internationale wateren, ter hoogte van Malta, lag. De programma’s, verzorgd in de Griekse taal, werden uitgezonden via de 15070 kHz en als adres werd 8 Esterbrooke Avenue, 22, Willowdale in Ontario Canada gebruikt. De programma’s werden vrijwel direct na de start gestoord door een krachtige stoorzender van het Griekse militaire regime. Enkele weken na de uitzendingen werd door de organisatie bekend gemaakt dat spoedig een sterkere zender zou worden aangeschaft die de definitieve uitzendingen mogelijk zou moeten maken.
Behalve voor propagandadoeleinden werden zendschepen ook ingezet voor het brengen van religieuze boodschappen. Zo liet onder meer dominee Gerard Toornvliet in 1970 zijn — van te voren opgenomen — stem horen via het station Capital Radio vanaf de MV King David. Het duurde maar kort, omdat het schip in het najaar van 1970 bij Noordwijk aan het strand liep. Voor Steph Willemsen betekende dat niet het einde van het maken van idealistische programma’s. In 1972 kocht hij voor fl. 30.000,- de MV Zeeland met de bedoeling het schip te gebruiken voor een soortgelijk idealistisch station, Radio Condor.

Hans Knot 2016