Tuffy

De Corona crisis leidde er in 2020 toe dat zowel mijn vrouw Jana als ikzelf de woonkamer deelden om aan het werk te zijn. De zomerperiode bracht tijd om voor haar een nieuwe werkplek in te richten in een van de bovenkamers. Voorheen was in die kamer in een dubbele stelling een deel van mijn radio- en fotoarchief ondergebracht, dat elders in huis een plek heeft gekregen. Voordeel van verandering is dat ook allerlei zaken tevoorschijn kwamen, die jaren niet zijn gezien.

Een ieder van de generatie geboren na de Tweede Wereldoorlog heeft zo een aantal favorieten als het gaat om boeken, auteurs en/of stripfiguren. Met die laatste categorie te beginnen was het werk van Hergé en de avonturen van Kuifje voor mij de absolute nummer 1. De complete serie is al een paar jaren geleden naar het huis van de kleinkinderen gegaan en mocht ik ooit de behoefte hebben ze nog eens te lezen dan kan dat altijd tijdens een van de oppasbeurten. Suske en Wiske kwamen op de tweede plaats. Zat al in de leesportefeuille in de jaren zestig van de vorige eeuw en op een bepaald moment ben ik die serie ook gaan verzamelen. Tot nummer 200, toen had ik er genoeg van.

Maar de eeuwige liefde voor het medium radio bracht mij al in een vroeg stadium tot een serie boekjes, uitgegeven vanaf 1962, over een televisiemannetje. Het bleek het begin te zijn van een serie van vijf boekjes van de schrijver Jaap ter Haar, die destijds werden gekregen via verjaardagen dan wel zelf werden aangeschaft. Het was dus het jaar dat ik twaalf was en als ik nu een van de boekjes doorblader, en hier en daar een stukje lees, komen de herinneringen wel terug. Maar bedenk ik mij tevens dat de boekjes eigenlijk geschikt waren voor kinderen onder de tien jaar. Het was dus ‘radio’ en ‘televisie’ dat mij desondanks trok deze boekjes te koesteren.

Eerst even iets meer over Jaap ter Haar. Op de internetsite Kinderboeken.nl is een uitgebreide beschrijving van deze auteur terug te lezen terwijl er ook op de site Jaapterhaar.com de nodige informatie verstrekt wordt. Na de periode van de Tweede Wereldoorlog en een verblijf in Amerika, waar hij werd opgeleid tot oorlogscorrespondent, kwam hij terug naar Nederland en vond een baan bij de Wereldomroep (Radio Nederland), waar hij hoofd werd van de transcriptiedienst. Een afdeling die ervoor zorgde dat programma’s en/of programmaonderdelen werden vastgelegd op platen en dezen werden verstuurd naar radiostations over de gehele wereld, met als doel heruitzending.

Maar in zijn vrije tijd schreef Jaap ter Haar korte verhalen, die met bepaalde regelmaat verschenen in Vrij Nederland en het toen vrij populaire weekblad ‘Wereldkroniek’. Het waren leuke schnabbels want bij de Wereldomroep verdiende hij destijds niet veel geld. Op aanraden van zijn superieur, die onder de indruk was van zijn verhaaltjes, stuurde Ter Haar zijn geschreven werk voor en over kinderen naar de NCRV. Juist, de serie over de tweeling Saskia en Jeroen.

Zeer gewild was de serie en vele tweelingen hebben later de namen meegekregen. Men was bij de NCRV zo onder de indruk van de verhaaltjes dat men Jaap vroeg of hij gedurende het daarop volgende jaar voor elke week uitzending een aflevering van de avonturen van de tweeling wenste te schrijven, dat uiteindelijk tot een totaal van 120 afleveringen opliep. De verhalen van de populaire tweeling verschenen ook in boekvorm en het enorme succes, dat dit opleverde, betekende voor Ter Haar dat hij zijn baan bij de Wereldomroep vaarwel zei en zich totaal op het schrijven ging richten.

Na de avonturen van de tweeling volgden die van Ernstjan en Snabbeltje, die ook in boekvorm verschenen. Daarna was het tijd voor Tuffy, waarbij Ter Haar een duidelijk tijdsbeeld wenste neer te zetten want het radiomannetje beleefde ook avonturen gelinkt naar het onderwerp televisie, dat in die tijd een duidelijke opkomst aan het maken was. Ondanks dat de verhalen van Tuffy bij lange na niet zo populair zijn geworden als de beide voorgangers, wordt vele decennia later het in het bezit zijn van deze boekjes nog steeds gekoesterd.

Voor diegene die Tuffy in hun leven hebben gemist, tenslotte iets meer over dat kleine radiomannetje. Of eigenlijk is de omschrijving ‘het radio- en televisiemannetje’ beter. Hij was de uit fantasie geboren schakel tussen radio, televisie en het kind en Tuffy was de personage die zorgdroeg voor een ongestoorde uitzending. Bovendien trad Tuffy reddend op als ergens iets mis leek te gaan of haperde. Hij kon zich bovendien zonder moeite verplaatsen en kon overal in doordringen. Bovendien blijkt uit de verhaaltjes in de verschillende delen, die rond zijn personage zijn geschreven en uitgegeven, dat hij vragen en opdrachten kreeg vanuit de gehele wereld en daarop altijd wel een oplossing wist te vinden om de problemen op te lossen.

In een van de bladomslagen heeft destijds iemand van de uitgever Van Holkema en Warendorp NV laten aantekenen dat het handige mannetje Tuffy, door de milde fantasie van de auteur Ter Haar, prachtig op de kindergedachten was afgestemd. Afsluitend kan worden vermeld dat de verhaaltjes destijds zijn geïllustreerd door Rein van Looy. 

Hans Knot 5 september 2026