ACRO wil zendtijd

Teleac, een soort van afkoring voor Televisie Academie, werd in 1963 opgericht om educatieve programma’s tot het kijkerspubliek te brengen. Tussen 1966 en 1970 werd er door de Stichting Teleac een kleine serie programma’s gewijd waarin voorlichting aan toekomstige studenten bij de Nederlandse universiteiten en hogescholen telkens centraal stond.

Deze series, die tot stand kwamen op verzoek van de Landelijke Commissie voor Academische Studie Voorlichting, werden in 1971 voor het laatst verzorgd omdat men vanuit het Stichtingsbestuur van mening was dat haar doelstellingen het niet zouden toestaan dat blijvend tijd voor een speciale categorie zou worden gereserveerd.

Maar dit werd niet breed ondersteund want zowel de ACRO als de Raad van Voorlichtingsambtenaren waren namelijk van menig dat de academische studievoorlichting ononderbroken diende te worden voortgezet en wel op een andere manier. Hiertoe kwam het dat de Stichting Academische Radio Omroep, de ACRO, de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen, dhr. Veringa, verzocht stappen te ondernemen om aan de ACRO speciale radio- en televisiezendtijd ter beschikking te stellen voor academische studievoorlichting.

De Raad van Voorlichtingsambtenaren bij het wetenschappelijk onderwijs stelde zich achter dit verzoek van de ACRO op een zo doeltreffend mogelijke wijze. De ACRO, die vanaf haar oprichting in 1965 studievoorlichting als een van haar belangrijkste taken beschouwde, wenste vervolgens in samenwerking met de raad van voorlichtingsambtenaren, de landelijke commissie voor de academische studievoorlichting en de vertegenwoordigers van de schooldecanen, te komen tot een aanpak van de studievoorlichting die systematischer en regelmatiger diende te zijn dan tot 1971 het geval was.

In eerste instantie dacht men daartoe te komen door de realisering van een soort basis-serie, die elk jaar (eventueel in aangepaste vorm) via radio en/of televisie uitgezonden kon worden. Daarnaast wenste de ACRO over te gaan tot de productie van aanvullende programma’s, die ofwel eveneens via het open net uitgezonden konden worden, ofwel lokaal en regionaal op studievoorlichtingsbijeenkomsten zouden  worden gebruikt.

Aangekomen in maart 2026 en zoekende naar meer informatie op wat eens een prachtig initiatief leek kom je terecht bij: https://nl.wikipedia.org/wiki/RVU

Er waren ook  technische ontwikkelingen in 1971 die het vermelden waard zijn. Zo had de Technische Dienst Radio van de NOS de eerste van een nieuwe serie reportagewagens in gebruik genomen, die geschikt waren voor stereofonische reportages en andere uitzendingen in stereo. De wagen bevatte een regeltafel met twaalf microfooningangen, drie magneetofoons voor registratie- en montagedoeleinden, een televisiecircuit voor visueel contact met de plaats van de reportage en een verwarmings- en klimaat-installatie.

De uitrusting van de wagen werd ook niet veel later aangevuld met een zend- en ontvanginstallatie, die een draadloze verbinding van de reporter met de wagen en omgekeerd mogelijk maakte. Daartoe was een uitschuifbare, hydraulisch werkende antennemast ingebouwd.

De toen nieuwe wagen- het standaardtype Mercedes-bestelwagen — was als stereoreportagewagen ingericht door de Technische Dienst Radio van de NOS.

In  de eerste helft van 1971 kwamen nog drie van deze wagens in bedrijf. Begin 1970 werd door de NOS de eerste stereo productiewagen, eveneens een standaardtype Mercedesbestelwagen,

in gebruik genomen. Deze wagen, die 32 microfooningangen had, was speciaal bestemd voor het opnemen van grote sterproducties, zoals concerten en dergelijke  De wagen bezat evenwel geen zend- en ontvangapparatuur, zoals de later in bedrijf gestelde stereoreportagewagen kreeg. Voor montagedoeleinden was de stereo productiewagen evenmin geschikt. In 1970 werd bovendien een zogenoemde evenementenwagen ingericht. Een en ander had tot gevolg dat in de loop van de eerste helft van 1971 de acht lijnwagens (voor mono-uitzendingen), waarvan de radio-omroep sinds 1964 gebruik maakte, allen werden vervangen.

En dan was er begin januari 1971 nog een hardnekkige binnenbrand die grote schade aanrichtte aan de studio van de VPRO, gevestigd aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. De eigenlijke studioruimte en het archief van VPRO-Vrijdag werden vrijwel geheel vernield, terwijl verscheidene kantoren aanzienlijke rook- en waterschade opliepen. De kostbare apparatuur in de controlekamer heeft men kunnen redden. Vele tientallen geluidsbanden en platen konden eveneens nog tijdig in veiligheid worden gebracht.

In de kranten van de Gemeenschappelijke Pers Dienst was verder te lezen: ‘Aan de omstandigheid dat bij het uitbreken van de brand zich in het gebouw nog twee reporters en een technicus bevonden, is het te danken, dat de villa niet geheel is afgebrand. In de studio werd juist de laatste hand gelegd aan de montage van het radioprogramma VPRO-Vrijdag toen men om kwart voor één een harde klap hoorde. In de studioruimte bleek de kap van een tl-verlichting naar beneden te zijn gekomen. Hoewel onmiddellijk een brandblusapparaat op de vlammen rondom de TL-buis werd leeggespoten, kon niet worden verhinderd, dat het vuur zich tussen het plafond en de vloer van de eerste etage via verschillende lagen geluiddempend materiaal snel uitbreidde.  Ondanks de brand werd het programma VPRO-Vrijdag die middag van 4 uur af normaal uitgezonden, zij het wel vanuit een andere studio.’

In 1971 vond trouwens een opmerkelijk incident plaats waarbij een voor die tijd moderne  stereo-reportagebus van de NOS door een brand verloren ging. De bus stond op 12 maart 1971 geparkeerd bij een van de VPRO villa’s voor het opnemen van het programma ‘VPRO-Vrijdag’. De brand werd veroorzaakt door een kortsluiting in de complexe elektronische apparatuur aanwezig in de reportage bus. Deze bus brandde volledig uit. Dit was een aanzienlijke technische en financiële klap voor de NOS, aangezien het een van de eerste bussen was die volledig was ingericht voor de toen hoogwaardige FTO (Frequentieregeling/Stereo) techniek. Het is mij niet bekend of het om de eerder in deze column beschreven bus ging.

Hans Knot 28 maart 2026